De musea en tuinen van Souvigny :

De tweede etage van de Noordschuur is gewijd aan de streek van Souvigny. Er zijn verschillende maquettes, een archeologische collectie, een overzicht van de oude ambachten uit de streek en een beschrijving van de geschiedenis te zien. - De geografische ligging in het midden van Frankrijk en de historische, culturele en taalkundige invloed die deze streek heeft gehad op de omringende gebieden. - Het bewijs van de aanwezigheid van mensen in de streek tijdens de vroege Steentijd, omstreeks 180 000-150 000 v.C. In deze tijd was Meillers een belangrijk centrum van steenhouwers (ruwe kwarts) tot 100 000-40 000 v.C. Hier werden de schraapmessen gemaakt die zijn teruggevonden bij Gipcy en le Montet.
De sporen van de bevolking in de nieuwe Steentijd zijn nog talrijker: een steenindustrie van omstreeks 5000-2000 v.C. in de omgeving van Marigny, Noyant en Besson. (Een grafgrot en keramiekateliers). - De streek van Souvigny was het centrum van uitwisseling en bedrijvigheid. Dit blijkt uit de vondst van gebruiksvoorwerpen en gereedschappen daterend uit de Bronstijd : de vindplaats van Jolivet te in Chemilly en de grafheuvel van Joux in St. Menoux. Hier zijn fragmenten van vazen en objecten uit de vroege Bronstijd gevonden . - De eerste Kelten arriveerden omstreeks 750 v.C. in het gebied. Zij brachten ijzeren gereedschappen mee. De streek van Souvigny grenst dan aan de drie machtigste Gallische stammen: de Arverniërs, de Edueners en de Biturigiërs. Hun grondgebied is later pas afgebakend: de vier grote bisdommen van Autun, Bourges, Nevers en Clermont.

In de Gallo-Romeinse tijd is Bourbon l'Archambault de enige "vicus" of Romeinse onderafdeling in de omgeving van Souvigny. De resten van de warme baden (thermen) en zwembaden met marmeren tegels, waterleidingen van steen, lood of hout, kapitelen en mozaïeken getuigen van hun belang. Sporen van de "villae" of Gallo-Romeins woningen zijn teruggevonden in Souvigny (villa de l'Eglantier), in Besson, Chemilly, Gipcy, Melllers, Noyant, St. Menoux en Neuvy (villa de Vallières). Het is echter moeilijk hen nauwkeurig te dateren. - Volgend op de grote invasies van de 3de eeuw, had het Romeinse Rijk vaste voet gezet in hee/ Gallië. In de volgende eeuw hadden zij ook een aantal vestigingen in centraal en oost Europa. In de Sde eeuw veroverden zij, ten gevolge van een tweede invasiegolf, deze gebieden. ( De Sarmaten en Taïfaliërs uit de Oekraïne, de A/amanen uit west Duits/and, de GermaansMarcomaanse vo/ksstammen uit centraal Europa, die zich vermengden met de Franken en Burgondiërs, arriveerden eveneens gedurende de Sde eeuw). In de streek van Souvigny ontmoetten zij elkaar op de grens van de twee heersende stammen: de Wisigoten op de linkeroever van de Allier en de Burgondiërs op de rechteroever. In de 6de eeuw zegevierden de Franken en verspreidden zij zich tot aan de Auvergne. Dat de eerste Heer van Bourbon, Aymard, en de Archambaults van oorsprong Germaanse namen droegen, is hier een gevolg van. - Ge/egen aan de uiterste grenzen van de bisdommen Autun, Bourges, Nevers en Clermont en de grootste centra van de Romaanse kunst in het midden van Frankrijk, werd de Bourbonnais beïnvloed door verschi/lende architectonische stromingen. De kerk van Souvigny is een goed voorbeeld van deze mengeling van inv/oeden.
Het grootste dee/ van de Romaanse kerken in de omgeving vormen een geheel : een vermenging van de tradities van de Auvergne en de Bourgogne. De invloed van de Auvergne is het meest aanwezig in Meillers en Autry-Issards. - Met uitzondering van de kerk van Souvigny en de SainteChapelle van Bourbon l'Archambault is de Gotische architectuur in de streek van Souvigny praktisch verdwenen. - Tijdens de eerste helft van de 13de eeuw verschijnen er vestingen in de Bourbonnais, waarvan de belangrijksten toebehoorden aan de Bourbons : Bourbon l'Archambault (de hele zomer te bezichtigen), Murat (de grootste vesting van het departement) en Chantelle. De taJrijke versterkte huizen dienden vanaf de 17de eeuw als woning van de adel, waarvan het mooiste voorbeeld in Besson staat : het kasteel van Vieux-Bost (de hele zomer zijn hier exposities over de Bourbons te zien).
•-De streek van Souvigny heeft zich in de nieuwe tijd gekenmerkt door een vroege industrialisatie. In het bijzonder in 1755 met de oprichting van de glasblazerij van Souvigny, de warme bronnen van Bourbon l'Archambault, uitgebreid in de 17de eeuw, of de kolenmijn van Noyant uit het begin van de 16de eeuw. - In de 19de eeuw is onze streek opgedeeld in kavels, omringd door bosjes en heggen. De bocage (bossage) die ook nu nog bestaat. Tegelijkertijd is er een systeem ontstaan waarbij de grondbezitter een huurcontract opstelde waarin de pachter zich verplichtte de helft van de oogst aan hem af te staan. Dit pachtsysteem veranderde de structuur, waardoor mens en dier op een kleiner oppervlak verenigd werden en konden functioneren.

•Een boekje over de expositie is verkrijgbaar in de winkel van het museum. Het is geïllustreerd met talloze kaarten en kleurenfoto's.
•-In de Zuidschuur (Grange Sud) is een collectie restanten te zien uit het verleden van de abdijkerk evenals een serie panelen over de geschiedenis van Cluny. Ondanks een tot in de 19de eeuw weinig ontwikkelde bevolking in de Bourbonnais, hebben de monniken van Cluny zich in de 10de eeuw in de streek van Souvigny gevestigd. (910-de stichting van de orde van Cluny). Deze opvallende gebeurtenis heeft zijn oorsprong in de schenking door Aymard, in navolging van zijn opperleenheer, de He rtog van Aquitanië, van zij n landgoed Souvigny in 916. (Aymard, de stamvader van de Bourbons, was "Viguier" van het kasteel De Neuvre, "Miles Clarissimus").

In 954 bevestigde een oorkonde de schenking en deze datum markeert het begin van de vorming van de Bourbonnais. Op 11 mei 994 wordt St. Mayeul, 4de abt van Cluny, opgeroepen door Hugues Capet om de Abdij van St. Denis te komen hervormen. Onderweg passeert hij Souvigny. Dan al 87 jaar oud, sterft hij daar. Het is het begin van de bedevaarten naar het graf van deze vermaarde persoon en de verbouwing van de eerste Romaanse kerk (drie naven). Op 1 januari 1049 sterft St. Odilon, 5de abt van Cluny, op zijn reis naar Souvigny. De bedevaarten werden nog belangrijker door de aanwezigheid van de graven van twee heiligen (de bedevaartroute loopt van Duitsland tot Santiago de Compostela in Spanje). De abdijkerk werd vergroot in het noordelijk en het zuidelijk deel van de twee Romaanse bovengalerijen (nu te vinden in de vijf naven van de abdijkerk).

In 1276 trouwt Beatrice, erfgename van de Bourbons, met Robert, 6de zoon van St. Louis (de heilige Lodewijk). De uitbreiding van de macht van de Heren van Bourbon was gunstig voor de boerenbevolking in de streek en de Bourbonnais werd een belangrijk kruispunt van drukke bedrijvigheid, naast de Bourgogne en de Nivernais. De invloed van Cluny in de architectuur vinden we terug in de Zodiakzuil (of Kalender van Souvigny), gehakt in een achthoekige steen in de laatste jaren van de 12de eeuw, waarvan de zijden versiert zijn met een voorstelling van "het universum van de eeuw" , de wonderen van de wereld: de maanden van het jaar op één kant vergezeld van de tekens van de zodiak en op twee andere zijden kan men de vreemde volkeren van de aarde bewonderen, sarnen met de fabeldieren (helaas niet compleet). Deze unieke en wonderlijke zuil, teruggevonden omstreeks 1820 in de omgeving van Souvigny, is t.g.v. de Revolutie gedeeltelijk verwoest.

Tijdelijke tentoonstellingen

1998 "La Vierge au Pays des Bourbons"
1999 "Nouveau regard sur la Bible de Souvigny"
2000 "Découverte de l’orgue"
2001 "Espérance, Le mécénat religieux des ducs de Bourbon à la fin du Moyen Âge"
2002 "La frise monumentale romane"
2003 "Des tombeaux, des reliques et des saints, Découverte des tombeaux et gisants des saints abbés de Cluny"
2004 "La restauration du patrimoine dans le département de l’Allier"
2005 "Le pilier roman de Souvigny"
2006 "Petit abécédaire de l’Art Sacré"
2007 "Cluny en Auvergne"
2008 "Saints en Bourbonnais"
2009 "Bourbonnais baroque"

In deze eerste zaal is de koninklijke schat tentoongesteld. De monniken van Souvigny sloegen munten en één kapiteel laat de "muntenmakers" zien. Dit kapiteel bevindt zich in het noordelijk deel van de eerste kruisbeuk van de abdijkerk en men ziet de Vader Abt omringd door de monniken die de munten wegen, slaan en in zakken doen. Het grootste deel van de teruggevonden munten hebben de beeltenis van St. Mayeul "SCS MAYOLUS". De oudste muntstukken stammen uit de jaren 1095-1098. De verspreiding was heel groot en overschreed de grenzen van het Hertogdom . Er zijn penningen gevonden in de havens van Europa en het recht munten te slaan werd in 1321 teruggekocht door de koning van Frankrijk, Philippe V, genaamd De Lange. Enkele bladzijden uit de Bijbel van Souvigny, uitgevoerd door een verluchtigingsschool in Angers en in opdracht van de gemeenteraad, zijn tentoongesteld in deze zaal. Deze met zorg gemaakte bijbel, bewaard in de bibliotheek van Moulins, dateert uit de 12de eeuw. Van de talrijke oude begraafplaatsen in het klooster van Cordeliers de Champaigue zijn alleen het liggende grafbeeld van Marie de Hainaut, vrouw van de eerste Heer van Bourbon, en een ander grafbeeld, geornamenteerd met een serie "plorants", bewaard gebleven. Het klooster ligt op de weg van Souvigny naar St. Menoux en is gesticht door de Bourbon-Dampierres in het midden van de 13de eeuw. Een restant van een grafbeeld, toegeschreven aan Jean I, zoon v.an Louis Il, is sinds april 2000 in dit gedeelte van het museum te zlen.

•Een maquette van de kerk zoals die er uitzag in de 13de eeuw, toont het Romaanse gebouw met dubbele kruisbeuken voor de Gotische verbouwing :

- In 1375 bouwt Hertog Louis Il de Chapelle Vieille (oude kapel) in de zuidelijke kruisbeuk. Hij richt de kapel in die zijn graf tombe en die van zijn vrouw, Anne d'Auvergne, bevat. De tombes zijn gemaakt door de beeldhouwer Jean de Cambrai, na zijn gevangenschap in Engeland voor rekening van koning Jean le Bon (Jan de Goede).

- In 1424 verbouwd Dom Chollet het middenschip in Gotische stijl. Het voorportaal verdwijnt (vanda ag is hier het voorplein), ten koste van een Gotische façade, geornamenteerd met een St. Petrus, nu te zien in deze zaal. Dom Chollet, prior van Souvigny van 1423 tot 1454, en van oorsprong monnik van Mont Saint Michel, ondernam de restauratie van de abdijkerk en de kloostergebouwen. Het is aan hem te danken dat de hoge gedeelten van de kerk hersteld werden: de ramen van het koor, de Reliekenkast en de kruisgang, waarvan de bovengalerij met pilaren niet meer bestaat (vijfdelige gewelven en sleutels die de orde van St. Michel vertegenwoordigen).

-De Chapelle Neuve wordt in 1448 in de noordelijke kruisbeuk gebouwd . Daar de Bourbons procureurs waren van de abdijkerk, werc deze één van de plaatsen waar zij werden begraven. Sommige Heren kozen de kerk zelf als laatste rustplaats (Archambault IV en Archambault V). De Heren van Bourbon hadden een kapel in de kerk en daar werden zij waarschijnlijk begraven. Louis Il var Bourbon richtte de Chapelle Vieille in. De Chapelle Neuve i~ gebouwd door Charles I en zijn graf tombe en die van zijn vrouw, Agnès de Bourgogne, zijn gemaakt door Jacques Morel in hej begin van 1448. De tombes bevatten ook de lichamen van Jean Il Pierre Il, zijn vrouw Anne de Beaujeu en hun dochter Suzanne de Bourbon. Deze laatste drie staan afgebeeld op het beroemde schilderij van de meester van Moulins "het Triptiek van Moulins". Men heeft in 1681 het lichaam van Louise Marie de Bourbon, de wettige dochter van Louis XIV en madame de Montespan, toegevoegd. In 1934 is de tombe voor de laatste maal geopenc om prins Sixte van Bourbon Parma (broer van Zita von Habsburg, de laatste keizerin van Oostenrijk) te begraven. Deze prins maakte geschiedenis door zijn poging de vrede te bewaren tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zijn borstbeeld staat bij de uitgang van het museum. Aan het begin van de 14de eeuw maakt de vrije verkiezing dool de monniken van de abten en de aanstelling van de priors door de abt plaats voor het bestuur van de Commende, Koning François I wordt officieel erkend als de benoemer van de kerken, kathedralen en abdijen, alsmede van hun abten en priors. Dit was een gevolg van de desinteresse van de abten en priors voor de kloosters en hun regelmatige afwezigheid. Soms zelfs was hun onrechtmatige beheer de oorzaak van decadentie en verval van de grote orden, zoals b.v. in Cluny.

-ln 1772 wordt de Sacristie gebouwd op de plaats van de Chapelle Notre Dame des Avents (te zien in de kerk) door de architect Moulinois Evezard. Behalve dat er een Christus van ivoor, een Maagd uit de 12de eeuw en een Christus met gebonden handen staan, is de Sacristie interessant door haar proporties, haar koepeldak en de geschilderde muren, overwegend in pure Barokstijl. Maar vooral ook door de houten lambrizeringen, uitgevoerd door de lokaJe schrijnwerker Maslet die de laden en meubels ornamenteerde met scènes uit het oude testament (de tempel van JeruzaJem, David en Goliath, Samson, enz.), alsook door de portretten van Heiligen en Pausen voortkomend uit de orde van Cluny (Urbanus Il, die voor de eerste kruistocht predikte in Clermont-Ferrand, was het beroemdst). Verder staan er bergmeubelen, o.a. de "chapier", een meubel dat diende om de koorkappen in te bewaren.

-1783 is het bouwjaar van het orgel van Clicquot. De orgelfabrikant van koning Louis XVI, François-Henri Clicquot, komt v oort uit een grote familie van orgelbouwers. Het instrument met 27 registers vult gemakkelijk het grote schip van de kerk en is een historisch monument. Het is het enige orgel van Franse makelij dat nog bestaat in het land. (De vele concerten verlevendigen het seizoen: in de zomer met de komst van de stagiaires van het CNR uit Lille en de al sinds jaren bezoekende Amerikaanse organisten. Daarna, in de herfst, met het festival, dat plaatsvindt in het laatste week-end van september).

-1792 verwoesting van de torenspits en verval in de abdijkerk (vertrek van de monniken). Tijdens de Franse Revolutie werden de meeste beelden beschadigd en de familiewapens van de Bourbons vernietigd. Men bezigde de "Ieuzen van de vernietiging", om de aard van de te verwoesten objecten goed te kunnen omschrijven. Gelukkig is de abdijkerk verandert in een parochiekerk en heeft de kerk van St. Markus, aan de overkant, een andere bestemming gekregen (vanda ag wordt het auditorium St. Markus gebruikt voor lezingen en concerten en in het bijzonder voor het banket van "la Foire Médiévale", de middeleeuwse kermis of jaarmarkt, die eind juli-begin augustus plaatsvindt. In november is er een oude-boekenbeurs).

•Andere interessante stukken afkomstig uit de abdijkerk, zijn tentoongesteld in dit deel van het museum, waaronder een aantal beelden, een stenen baldakijn uit de Gotische tijd, een "plorant", een uniek stuk uit een serie die de basis van de tombes in de Chapelle Neuve ornamenteerde, enz. Na het verlaten van de Zuidschuur komt men in de kloostertuinen, met een fontein en een trap, weer opgebouwd naar de originele ontwerpen. De tuinen, ontworpen in de Franse stijl, bevatten sierplanten, fruitbomen en groenten, aangelegd op de manier van de oude moestuinen in de 17de en 18de eeuw.

Traduction : Marcia Broekarts ; contact, jp.marcia@tiscali.fr ; tél., 04 70 66 09 54


"
Cluny en Auvergne", Esposizioni 2007.

Bibliographie
En savoir plus