Souvigny Vie de la cité Visites, hébergements... L'agenda Les évènements annuels
Les musées et jardins de Souvigny Cluny Églises du Pays Musées bourbonnais Châteaux
L'église prieurale

e cultus van St. Mayeul

St. Mayeul : biografie
910 : Mayeul wordt geboren te Valensole in een rijke familie van erfheren der Haute Provence.
916-918 : Hij ontvlucht met zijn familie de Provence, die verwoest is door de feodale oorlogen. Hij treedt toe tot de wereldlijke geestelijkheid, studeert in Lyon en wordt kanunnik. Daarna wordt hij aartsdiaken in Mâcon.
930 : Hij weigert het ambt van aartsbisschop van Besançon.
943-44 : Hij wordt monnik in Cluny en ontvangt de titel van “armarius”
(beheerder van de boeken en ceremoniemeester)
948 of 954 : Hij wordt coadjutor van de abt van Cluny, Aymard, die hij opvolgt.
955 : Hij onderneemt de verbouwing van de abdijkerk van Cluny (Cluny II), uitgevoerd vanaf 970 en ingewijd in 981.
967 : Hij breidt de reformatie uit naar Pavia en onderhoudt nauwe banden met
Otton I, Adélaïde en hun zoon Otton II.
972 : Mayeul wordt in de Alpen gevangen genomen door de Saracenen van Fraxinerum. Hij wordt tegen losgeld vrijgelaten. Onmiddellijk organiseert graaf Guillaume de Provence “in naam van Mayeul” een vrijheidsoorlog tegen de Saracenen, die hij de Provence uitjaagt.
974 of 983 : Mayeul weigert paus te worden na de dood van Benedictus VI of Benedictus VII.
994 : Mayeul sterft onderweg naar Saint-Denis in Souvigny, waar hij is begraven.

De cultus (verering) van St.Mayeul is heel belangrijk geweest in de Middeleeuwen van het Westen. Haar ontwikkeling was aanzienlijk en heeft heel snel het netwerk van Clunische vestigingen overstroomt.
De erkenning der heiligheid van Mayeul is bewezen in de eerste jaren na zijn dood, in een tijdperk waarin de procedures van de heiligverklaring nog niet door de Kerk waren vastgelegd.
In 996 maakte de Franse koning Hugo Capet een bedevaart naar zijn graf in Souvigny, vergezeld van Bouchard, de graaf van Vendôme, en Renaud, bisschop van Parijs (aldus Vita Maioli in haar boek over Odilon, abt van Cluny en opvolger van Mayeul).
In 997 schrijft Raoul Glaber in zijn Historiae dat, tijdens de epidemie van de “mal des ardents”(ergotisme, veroorzaakt door het eten van rogge, besmet met moederkoren), Mayeul, samen met St.Martinus van Tours, één van de meest aanbeden heiligen was en dat zijn graf een mensenmenigte aantrok “uit het hele universum”.
De bul van dispensatie, uitgereikt door paus Gregorius V op 22 april 998, vermeldt
“de gelukzalige herinnering aan St.Mayeul”, wat een soort van “brevet” van heiligheid betekende.
In 999 wordt een kapel van het klooster Sainte-Marie de Pavie (Pavia) aan St. Mayeul gewijd; deze wijding werd gesteund door het hele klooster.
Het bezoek aan Souvigny in 1019-1020 van Robert le Pieux (de Vrome), koning van Frankrijk, bewijst dat van toen af aan de bedevaarten een feit waren.
De hagiografische (levensbeschrijving van een heilige) en liturgische teksten, gebruikt in de kloosters, vertellen ons over de verspreiding der verering van St.Mayeul aan het begin van de 11deeeuw:
- de “Vies de Saint Mayeul” (een hagiografie) zijn geschreven in het eerste
decennium van de 11deeeuw tot de 12deeeuw. Zij zijn voor het grootste gedeelte bewerkt voor de preken van de kerkdienst of voor de kloosterlijke lectuur. Een bloemlezing van de “Vies” en de preken van de heilige is afkomstig van de beroemde abdij Saint-Martial in Limoges (11deeeuw). Deze bloemlezing verklaart dat de cultus en het feest van St.Mayeul in Limoges echter gedateerd zijn van vóór de toetreding van de abdij tot de Orde van Cluny in 1062.
- Het 2de boek van de Gebruiken van Cluny (Liber tramitis) bevat een beschrijving van het feest van St.Mayeul, gevierd met een kerkdienst, een mis en een processie naar de kerk van St.Mayeul. De preken van de kerkdienst bevatten een herinnering aan het leven en de deugden van de heilige.
In de talloze kerken van westelijk Europa, vanaf de eerste helft van de 11deeeuw, wordt St.Mayeul vermeld door de necrologen (lijsten van overledenen die men plechtig wilde herdenken) en heel spoedig ook door de martyrologen (lijsten van heiligen): St.Bénigne van Dijon, St.Martial van Limoges, St Gilles van de Gard, St.Lambert van Luik, en in Duitsland Merseburg, Prül, Echtenach…
De vele wonderen die plaatsvonden tijdens zijn leven en bij zijn graf, zijn toegeschreven aan St.Mayeul. Het best bekend is de opstanding van een kind in Souvigny, gerapporteerd door Pierre le Vénérable (de Eerbiedwaardige), abt van Cluny, in zijn “Livre des Merveilles de Dieu” (De Miraculis):
“De heilige, immers groot door zijn leven en zijn wonderen en aldus gekend door bijna de gehele bevolking van Gallië, maakt indruk door een uitermate voortreffelijke persoonlijkheid, lang geleden tijdens zijn leven en nog meer na zijn dood. Hij onderscheidt zich door de genade der wonderen, al sedert 162 jaren. Er wordt sinds zijn dood gezegd dat hij, na de Sainte-Mère de Dieu (Maria), zijn gelijke
niet kent in het aantal goede werken en ook niet onder alle heiligen in ons hele Europa. De ontelbare personen die waren aangetast door diverse ziektes, zijn getuigen: na aan zijn graf de Goddelijke Genade en mededogen te hebben afgesmeekt, werd zij door zijn verdienstelijkheid verhoort”
Pierre le Vénérable, De Miraculis, II, 32, vertaald (in het Frans) door J.-P. TORRELL en D. BOUTHILLIER, uitg. Cerf 1992.
De levenskrachtigheid der cultus van St.Mayeul wordt bevestigd door de verzending van de relieken, met toestemming van de priorij van Souvigny, tot aan de 18de eeuw, met name naar le Puy, naar de groothertog van Toscane en naar de benedictijnen van het oude Clunische klooster van Abdinghof in Westfalen.


De kerken en kapellen gewijd aan de heilige, of die zijn beeltenis herbergen, demonstreren de populariteit van zijn cultus; zij is wijd verbreid van Bretagne (Saint-Mayeux, Côtes d’Armor) tot de Jura (Chapois) en de Lyonnais (Ternais, Rhône)
Hij was de bevrijder van de Provence, dankzij de oorlog die in zijn naam werd gevoerd tegen de Saracenen. Hij was ook, gezien vanuit het Clunische perspectief, de eerste abt van Cluny die erkend werd als heilige; een symbolische figuur van de Clunische Kerk, onafhankelijk van de bescherming der leken en bisschoppen.

Statue de St Mayeul, prieuré de Souvigny
Vitrail de St Mayeul, Déambulatoire de l'église prieurale

isite de l'église prieurale toute l'année et tous les jours (sauf mardi et lors des célébrations religieuses) au départ des musées

La visite de l'église prieurale (au départ des musées) et l’ouverture des musées et jardins à lieu du 2 janvier au 31 décembre toute l'année et tous les jours (sauf mardi et lors des célébrations religieuses pour la visite commentée de l’église)
Horaires : 9 heures à 12 heures et de 14 heures à 18 heures ; du 1er juillet au 31 août le musée est ouvert jusqu'à 19 heures
-Les tarifs des visites sont les suivants :
Tarifs individuels : visite guidée de l’église, 4€ ou accès aux musées et jardins, 4€ ; forfait visite guidée de l’église et accès musées et jardins, 6,50€
Tarifs groupes (30 personnes) : visite guidée de l’église, 3,20€ ou accès aux musées et jardins, 3,20¤ ; forfait visite guidée de l’église et accès musées et jardins, 4,80€.
Tarifs enfants : gratuit jusqu’à 11 ans ; accueil de groupe scolaire, 1€.
Contact : Musées de Souvigny, BP 27, 03210 Souvigny ; téléphone, 04 70 43 99 75.

Bibliographie Allemand Allemand Anglais Hollandais

our en savoir plus sur la Colonne du Zodiaque, la monnaie de Souvigny, les Saints Abbés, la verrerie etc. :